U bent hier

Algemene informatie

Speurdisciplines

Speuren kan men op verschillende manieren catalogeren; sommigen spreken van zoekwerk en detectiewerk, anderen van spoorvolgen, sportspeuren enz. ... Een veel gebruikte indeling is tracking, trailing en air-scenting.

Bij tracking volgt de hond een spoor dat gevormd wordt door het het "beschadigen" van de bodem. Dit beschadigen maakt enerzijds sappen vrij en anderzijds is dit de start van een soort verrottingsproces. Beide componenten zorgen voor een sterk geurpatroon. Strikt genomen is het bij dit soort speuren dan ook onbelangrijk door wie (of wat) het spoor gelegd wordt. Tracking vindt vooral zijn toepassing in de hondensport (bvb GHP-programma).

Trailing is eveneens een "spoorvolg-"discipline, echter met de menselijke geur als hoofdcomponent. Deze menselijke geur is opnieuw een combinatie van vele elementen, gaande van geurcomponenten gevormd door het bacterieel afbreken van huidschilfers, talg, uitgeademde lucht, .... Aangezien ieder persoon zijn geurprofiel uniek is, is de hond dan ook in staat het spoor van één bepaalde persoon te volgen. Uiteraard vraagt dit zogenaamde discriminerend speuren heel veel training en expertise.

Air-scenting is het meest toegepaste soort speuren. Bij dit soort speuren gebruikt de hond de geurdeeltjes die van een bepaalde stof (of persoon, dier, ..) vrijkomen en in de lucht opgenomen worden. Voorbeelden van dit soort speurhonden zijn o.a. drugshonden, rampenhonden, explosievenhonden, ...

Uiteraard zal een hond ten allen tijde de verschillende vormen van speuren willen gebruiken; soms is dit een heel welkom en wenselijk (bvb bij het opsporen van vermiste personen), in andere gevallen willen we dit vermijden (bvb bij speuren in competitieverband). 

Externe invloeden

Het speuren is heel sterk onderhevig aan externe omstandigheden; dit kunnen zowel de klimatologische omstandigheden zijn (bij speuren in "open" lucht) als andere omgevingsfactoren zoals luchtstromingen, gesloten ruimtes, ...

Weersomstandigheden

De bekendste weersinvloed die belangrijk is bij het speuren is uiteraard de wind. Soms kan dit een storende factor zijn (sterke verwaaiing zorgt voor geurverdunning) maar meestal is dit een zegen, als men de gevolgen van de luchtverplaatsing juist kan inschatten. Voldoende kennis van windeffecten (kanalisering, geurkegels, ...) kunnen een speurteam helpen om op een efficientere manier het gestelde doel te bereiken.

 

Ook temperatuur en vochtigheid zijn bepalend voor het geurproces, en dus ook voor het speurresultaat. Temperatuur kan de mate van geurproductie beïnvloeden, en zelfs de geurgeneratie stoppen. Het optimale temperatuursgebied om een speurdiscipline te beoefenen is afhankelijk van de geursoort waarvan de hond gebruik maakt. Zo zijn menselijke (huid-)bacteriën het meest actief tussen de 25°C en 40°C; onder deze band is er een lagere geurproductie, die echter langer kan doorgaan. Het is aan de speurgeleider om deze kennis ten volle te gebruiken.

Vochtigheid is evenzeer bepalend, meer vocht betekent meer geurproductie, tenzij ... extreme neerslag de geurdeeltjes laat wegspoelen. Anderzijds kan lichte neerslag een "dood" spoor reactiveren ...

Andere omgevingsonstandigheden

Naast de weersomstandigheden kunnen ook andere elementen het speuren sterk beïnvloeden; denk hierbij aan luchtstromingen in gebouwen (airco), de absorptie van de ondergrond, UV-licht, .... 

Bijkomend moet men als speurhondengeleider ook veel aandacht hebben voor geurcontaminatie; het onvoldoende kunnen inschatten hiervan is één van de meest voorkomende trainingsfouten.

Lezen van de hond

Aangezien we als mens enorm benadeeld zijn qua geurvermogen, zijn we genoodzaakt om de indicaties die de hond geeft te gebruiken om ons een beeld te kunnen vormen van het speurproces. We gebruiken hiervoor de zogenaamde positieve en negatieve indicaties. Wanneer de hond positieve indicaties toont, dan weten we als geleider dat de hond de geur opmerkt. Negatieve indicaties zijn echter even waardevol; hiermee toont de hond dat hij op een bepaald moment geen geur waarneemt, waaruit wij kunnen besluiten dat hij net ervoor wel nog geur kon waarnemen. Uit deze "puzzel" van indicaties kunnen we als geleider heel goed inschatten of we op het juiste "spoor" zijn ...

Uiteraard is elke hond verschillend, en zal hij ook andere indicaties vertonen.  Gelukkig kunnen we terugvallen op een aantal frequent voorkomende indicatoren om ons te helpen de hond te "leren lezen".